fbpx
/>

Sinds de hervorming van het erfrecht in 2018 is het  mogelijk om op voorhand afspraken omtrent de afhandeling van je nalatenschap met je echtgeno(o)t(e) en familie (kinderen/kleinkinderen) vast te leggen in een globale erfovereenkomst of het zogenaamde ‘familiepact’. In zo’n erfovereenkomst wordt er een vergelijking gemaakt van de reeds gedane schenkingen, de toegekende voordelen en de persoonlijke situatie van de erfgenamen. Men probeert als het ware een situatie van subjectief evenwicht te bekomen tussen de verschillende erfgenamen. Men kan naast bestaande schenkingen overigens ook nieuwe schenkingen opnemen in het familiepact. De erfovereenkomst moet ondertekend worden bij notariële akte door alle relevante erfgenamen om rechtsgeldig te zijn.

Voor reeds gedane schenkingen probeert men vaak te compenseren door een schuldvordering toe te kennen in het familiepact. De ouders hebben bijvoorbeeld in het verleden hun dochter Greet een handgift van 100.000 euro gedaan opdat zij haar dure buitenlandse pilotenstudies kan vergoeden. Hun andere dochter Kaat studeert aan een Belgische universiteit, is daarom minder financieel behoevend en krijgt geen schenking. Enkele jaren later willen de ouders in een familiepact de situatie rechttrekken door Kaat een schuldvordering toe te kennen jegens haar zus Greet.

Vlabel: “Onrechtstreekse schenking”

De Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) zal deze schuldvordering behandelen alsof het een onrechtstreekse schenking is van de ouders aan Kaat. (Zie Standpunt nr. 19006 van 18.03.2019) Daarom zal er roerende schenk/erfbelasting verschuldigd zijn aan de tarieven in rechte lijn.

De wijze waarop de schuldvordering wordt belast is wat verschillend naargelang de aard van de voorgaande schenking. Vlabel onderscheidt 3 mogelijke hypotheses:

  • Ingeval de oorspronkelijke gift van de ouders aan Greet  een onroerend goed was geweest  of een geregistreerde roerende schenking, dan zou de schuldvordering die werd toegekend als een last worden beschouwd voor Greet. Deze last zou op zijn beurt dan getaxeerd (aan roerende/onroerende tarieven afhankelijk van de hoofdschenking) worden in hoofde van Kaat, maar moet dan wel  in mindering moet worden gebracht van de oorspronkelijke geregistreerde schenking aan Greet. Hierdoor verkrijgt zij dus een recht van teruggave.
  • De tweede hypothese wordt door Vlabel als volgt beschreven: Wordt de schuldvordering betaalbaar gesteld bij het overlijden van de toekomstige erflater en wordt de schuldvordering niet opgelegd als last van een gedane onroerende schenking, dan is de toekenning van de schuldvordering een legaat in de zin van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF, zodat ze onder de toepassing valt van de erfbelasting.”  Het is niet geheel duidelijk of Vlabel hiermee zowel voorafgaande geregistreerde roerende schenkingen als niet-geregistreerde roerende schenkingen beoogt. Ons inziens gaat het om beide, aangezien ze geen van de twee expliciet uitsluit. Dus behoudens tegenbericht of extra verduidelijking van Vlabel wordt de schuldvordering ter compensatie van een reeds gedane (geregistreerd of niet) roerende schenking, die pas opeisbaar wordt op moment van overlijden van de ouders, als een legaat beschouwd. Daardoor zal er erfbelasting te betalen zijn i.p.v. schenkbelasting.
  • Voor alle andere gelijkaardige situaties zijn er sowieso schenkingsrechten van toepassing op de schuldvordering. De situatie van ons voorbeeld valt ook hieronder: de toegekende schuldvordering wordt gekoppeld aan een handgift (niet-registreerde schenking) en is meteen opeisbaar, er zal dus schenkbelasting verschuldigd zijn op de schuldvordering. Dit geldt bijvoorbeeld ook wanneer een schuldvordering wordt toegekend in het familiepact die slechts opeisbaar wordt bij overlijden van de toekomstige erflater/schenker en waarbij de daaraan gekoppelde voorafgaande schenking een onroerende schenking betrof.

Er kan dus geconcludeerd worden dat er in beginsel altijd sprake is van schenkbelasting op de schuldvordering. Enkel in de situatie van een voorafgaande roerende schenking waaraan een schuldvordering wordt gekoppeld die pas opeisbaar is op het moment van overlijden van de erflater, is er erfbelasting te betalen op de schuldvordering en geen schenkbelasting. Volgens Vlabel gaat het ook altijd om de tarieven in rechte lijn.

Waalse en Brusselse administratie: “Verzaking aan schenking”

In het Waals en Brussels Gewest heeft de belastingadministratie recentelijk ook geoordeeld dat schenkingsrechten verschuldigd zijn op schuldvorderingen in familiepacten ter compensatie van gedane schenkingen. [ Repertorium RJ – R 131, §2/02-01 (Brussels Gewest) en R 131bis/01-01 (Waals Gewest, september 2019) ]. De schenkingsrechten zijn toepasselijk op de schuldvordering ongeacht de voorgaande schenking roerend of onroerend is en ongeacht ze geregistreerd/niet-geregistreerd was. Het zal gaan om de roerende/onroerende tarieven van de schenkingsrechten afhankelijk van de aard van de oorspronkelijk gedane schenking. (zie artikel 134 Wetboek Registratie, Waalse Gewest en Brussels Hoofdstedelijk Gewest).

Eigenaardig genoeg heeft de administratie wel een andere benadering dan Vlabel. De situatie was de volgende: een moeder had haar zoon in het verleden 100.000 euro geschonken. Enkele jaren later spreekt zij af met haar kinderen in een globale erfovereenkomst dat haar zoon 50.000 euro stort aan zijn broer, haar andere zoon dus.

Tarieven in zijlijn Vs. Tarieven in rechte lijn

De administratie oordeelde hier dat het gaat om een verzaking van een deel van de schenking van 100.000 euro door de ene zoon ten voordele van de andere zoon. De schuldvordering wordt beschouwd als een ‘overdragende verzaking’ en daarom als een schenking tussen de twee broers. Hierdoor zijn ook de hogere tarieven van schenkbelasting in zijlijn van toepassing en niet de tarieven in rechte lijn. In het Waals en Brussels Gewest hanteert men dus een strengere visie dan bij het Vlaams Gewest, waar men in die situatie uitgaat van een onrechtstreekse  schenking tussen moeder/vader en kind.

In een situatie waar de schuldvordering pas opeisbaar zou worden bij overlijden van de ouders, is het  niet duidelijk of de Waalse en Brusselse administratie dezelfde visie hanteert en of er dan getaxeerd wordt volgens de tarieven in rechte lijn dan wel in zijlijn. Vermoedelijk houdt de administratie dan voet bij stuk en blijven de tarieven in zijlijn van toepassing.

De schuldvordering die pas opeisbaar wordt bij overlijden van de erflater zal in principe wel als een legaat worden beschouwd waardoor er dus erfbelasting verschuldigd zal zijn i.p.v. schenkbelasting, indien de voorafgaande schenking roerend is. (Zie artikel 131 §2 , lid 2 Wetboek Registratie – Brussels Hoofdstedelijk Gewest en artikel 131bis §1, lid 2 Wetboek Registratie – Waals Gewest ).

Simon Boon – Jurist bij Pareto

Successieplanning: Optimaliseer je nalatenschap

Pareto – Trends – September 2019

Hoe optimaliseer je je nalatenschap? Door Founding Partner Pareto Diederik Vandendriessche aan het woord.

Successieplanning: hoe optimaliseer je je nalatenschap?

Wettelijk toegekend opvolgend vruchtgebruik: gevolgen voor uw schenkingen - Pareto Family Office

Wettelijk toegekend opvolgend vruchtgebruik: gevolgen voor uw schenkingen