Een nieuwe omzendbrief stelt de belastingadministratie in staat bepaalde levensverzekeringconfiguraties te belasten

De federale belastingadministratie publiceerde op 7 januari 2021 een nieuwe omzendbrief welke aanleiding geeft tot belastbaarheid van bepaalde (voorheen niet-belaste) levensverzekeringconfiguraties.

Niet onbelangrijk om mee te geven is dat deze omzendbrief enkel invloed heeft op het Brussels Hoofdstedelijk en het Waals Gewest voor overlijdens vanaf 1 september 2018.

Enkele configuraties worden geviseerd door de omzendbrief, welke worden uitgelegd aan de hand van een aantal voorbeelden.

Echtgenoten A en B zijn gehuwd volgens het stelsel van gemeenschap van goederen in een AAB-structuur
 
Verzekeringnemer Meneer
Verzekerde Meneer
Begunstigde bij overlijden Mevrouw
 
In deze situatie is meneer (A) zowel verzekeringnemer als verzekerde. Mevrouw (B) is begunstigde van de levensverzekering bij overlijden van meneer. Deze configuratie is de meest voorkomende structuur voor spaar- of beleggingsverzekeringen (tak 21 of tak 23).

In het geval dat meneer (A) zou komen te overlijden verkrijgt mevrouw (B) het bedrag uit de verzekeringspolis. Ingevolge deze verkrijging zal mevrouw erfbelasting verschuldigd zijn op de helft van dit bedrag. Dit was reeds zo in het verleden en de omzendbrief wijzigt hier niets aan.

Indien mevrouw (B) daarentegen zou komen te overlijden vóór meneer gaat de administratie er toch van uit dat er op de helft van het bedrag erfbelasting verschuldigd zal zijn, alhoewel er geen uitkering plaatsvindt. Deze beslissing uit de omzendbrief is in tegenspraak met de meest recente beslissingen van de Rulingdienst (DVB) omtrent dit onderwerp.

De administratie voegt er wel aan toe dat, wanneer A komt te overlijden en tijdens zijn of haar leven niet is overgegaan tot afkoop[1] van het contract, de erfgenamen een terugbetaling kunnen vragen van de reeds voldane erfbelasting door A bij het overlijden van B (mogelijks vele jaren eerder). In vele gevallen wordt dit echter vergeten of genegeerd door de erfgenamen van A. De raadgevers van deze personen dienen dus opmerkzaam te zijn.

Echtgenoten A en B zijn gehuwd volgens het stelsel van gemeenschap van goederen en hebben een gemeenschappelijk kind C in een AB-AB-C-structuur
 
Verzekeringnemers Meneer en mevrouw
Verzekerden Meneer en mevrouw
Begunstigde bij overlijden Kind
 
In dit geval gaat het om een configuratie waarbij beide echtgenoten (A en B) zowel verzekeringnemer als verzekerde zijn van dezelfde polis. Het kapitaal komt toe aan hun gemeenschappelijk kind (C), na het overlijden van beide echtgenoten. Deze contracten voorzien vaak, om niet te zeggen altijd, een post-mortem overdracht van alle rechten van het contract waardoor bij het overlijden van één van de verzekeringnemers, de langstlevende van hen de rechten over het hele contract verkrijgt (recht op afkoop, recht op wijziging begunstigde, …).

Sinds de hervorming van het huwelijksvermogensrecht (wet van 22 juli 2018) wordt aangenomen dat er bij het eerste overlijden geen erfbelasting verschuldigd is. De nieuwe omzendbrief echter bepaalt dat deze configuratie met post-mortem overdracht van alle rechten wél is onderworpen aan de erfbelasting, zijnde op de helft van de waarde van het contract op het ogenblik van overlijden van één van de verzekeringnemers (A of B). Er wordt verder niets vermeld over een mogelijke terugbetaling van de erfbelasting, zelfs niet in het geval de langstlevende verzekeringnemer is overgegaan tot afkoop van het contract vóór zijn of haar eigen overlijden.

De nieuwe omzendbrief heeft aanleiding gegeven tot kritiek en commentaar van enkele gespecialiseerde auteurs, voornamelijk vermits bepaalde situaties belastbaar worden gesteld zonder enige wettelijke wijziging. Verder ook vanwege het feit dat de omzendbrief retroactief in werking treedt met meer dan 28 maanden. We volgen het voor u op de voet om te zien of deze omzendbrief het voorwerp wordt van een vernietiging door de Raad van State.

Thomas Roelands – Jurist en fiscalist bij Pareto NV
 
[1] Het recht van afkoop is een handeling die de verzekeringnemer in staat stelt om, voor einddatum van het contract, het totale bedrag (of een deel hiervan) na instapkosten en vermeerderd met de interesten te verkrijgen.
16/02/2021

Belastingheffing op uw tweede verblijf in het buitenland

Als fiscaal inwoner van België wordt u belast op uw wereldwijde inkomsten, inclusief inkomsten uit onroerende goederen uit het buitenland. Wanneer er echter een dubbelbelastingverdrag bestaat tussen België en het land waar het onroerend goed is gelegen, zijn deze buitenlandse inkomsten vrijgesteld in België. Deze worden wel in rekening genomen om de tarieven te bepalen die van toepassing zijn op uw andere belastbare inkomsten. Dit is het zogenaamde "progressiviteitsreserve"-mechanisme.
 
15/02/2021

Nu de effectentaks werd goedgekeurd, dringt een korte samenvatting zich op

Afgelopen donderdag, 11 februari 2021, werd het wetsvoorstel inzake de effectentaks aangenomen. Dit is voor ons de gelegenheid om u een samenvatting te geven van de belangrijkste kenmerken van deze belasting en de onzekerheden die zij met zich meebrengt zoals ook recentelijk aangegeven door de Raad van State.
29/12/2020

Hoe kan de overdracht van een vennootschap fiscaal worden geoptimaliseerd?

Naarmate de pensionering nadert, kunnen er veel vragen rijzen betreffende de overdracht van een vennootschap naar de volgende generatie(s).
De belangrijkste vragen daarvan op fiscaal gebied zijn de volgende: welke successierechten zullen van toepassing zijn op mijn vennootschap bij mijn overlijden? Wat zijn de verschillende instrumenten die de Belgische wetgeving mij biedt om minder successierechten te betalen? En hoe doe ik dat?