Terugval van vruchtgebruik: de oplossing voor de zware taxatie van het wettelijk opvolgend vruchtgebruik?

U woont in Vlaanderen en overweegt een onroerend goed, bijvoorbeeld uw appartement aan de Belgische kust, te schenken aan uw kinderen met voorbehoud van vruchtgebruik. Deze gekende tactiek laat u toe om de controle te behouden over het appartement en tegelijk het goed fiscaalvriendelijk over te dragen. Bij uw overlijden wast de blote eigendom immers successievrij aan bij de kinderen, zonder dat erfbelasting betaald dient te worden. We gaan  uit van de hypothese dat u getrouwd bent en het appartement een eigen goed is. In het geval uw echtgeno(o)t(e) u overleeft, zal deze in principe, indien aan voorwaarden voldaan is zoals bepaald in artikel 858bis §3 burgerlijk wetboek, het wettelijk voortgezet/opvolgend vruchtgebruik ontvangen op het appartement.[1] Indien men niet onder de voorwaarden valt, zal het vruchtgebruik gewoon uitdoven bij het overlijden van de vruchtgebruiker en successievrij aanwassen bij de blote eigendom van de kinderen.

Taxatie opvolgend vruchtgebruik in de erfbelasting

In Vlaanderen zal de echtgeno(o)t(e) op dit vruchtgebruik belast worden volgens de tarieven van de erfbelasting (art 2.7.1.0.2, tweede lid VCF). Dit geldt overigens zowel voor het geval van onze voorbeeldsituatie (geschonken goed = eigen) als in het geval dat het geschonken goed gemeenschappelijk is en er gezamenlijk vruchtgebruik wordt voorbehouden door de twee echtgenoten-schenkers.[2] Als het goed gemeenschappelijk is, zal 50% van het vruchtgebruik toekomen aan de langstlevende - de andere 50% heeft de langstlevende reeds in vruchtgebruik- en belast worden volgens de tarieven van de erfbelasting (indien men dus onder het wettelijk opvolgend vruchtgebruik valt). We verwijzen u graag naar ons eerder gepubliceerde artikel waar het wettelijk toegekend vruchtgebruik en de taxatie in de verschillende regio’s gedetailleerd wordt uiteengezet.

Erfbelasting vermijden door terugval van vruchtgebruik

Het is evenwel mogelijk dit wettelijk toegekend vruchtgebruik te neutraliseren door een aanpassing in uw schenkingsakte. Indien de schenker uit ons voorbeeld verklaart dat bij zijn/haar overlijden het vruchtgebruik op het appartement zal terugvallen op zijn/haar echtgeno(o)t(e), zal deze conventionele bepaling het wettelijk opvolgend vruchtgebruik overrulen. We spreken over een terugval wanneer het vruchtgebruik, bij overlijden van de vruchtgebruiker overgaat op een derde.
De langstlevende echtgeno(o)t(e) is in deze situatie een derde, het betrof immers een schenking van de overleden echtgeno(o)t(e) van een eigen goed aan de kinderen. Die terugval van vruchtgebruik zal worden getaxeerd aan de tarieven van de schenkbelasting, wat dus voordeliger zal zijn dan het wettelijk opvolgend vruchtgebruik waar er erfbelasting wordt geheven. Voor roerende goederen geldt dit overigens ook.[3]  Stel,  in onze voorbeeldsituatie is er nu een schenking onder voorbehoud van vruchtgebruik van een effectenportefeuille en een beding aan terugval wordt opgenomen in de schenkingsakte. Er zal dan eveneens schenkbelasting geheven worden bij overlijden van de schenker op het vruchtgebruik van de portefeuille dat terugvalt op de andere echtgeno(o)t(e).

Wanneer er een gemeenschappelijk goed wordt geschonken onder voorbehoud van vruchtgebruik, kan men in de schenkingsakte een beding van aanwas voorzien, waardoor het vruchtgebruik van de eerste overledene aanwast bij het vruchtgebruik van de langstlevende. Dat is nog voordeliger aangezien deze aanwas volledig belastingvrij gebeurt.

Indien u meer informatie wenst omtrent deze materie of advies wilt bij het opstellen van een schenkingsakte met een beding van terugval, kan u ons steeds contacteren.
Simon Boon - Jurist bij Pareto nv

[1]  Voorwaarde: de echtgenoot moet op het tijdstip van de schenking al de hoedanigheid van echtgenoot hebben en de schenker de titularis van het vruchtgebruik is gebleven tot de dag van zijn overlijden.
[2] Ook voor de wettelijk samenwonende partner bestaat dit wettelijk toegekend vruchtgebruik voor de gezinswoning (artikel 858bis §4 BW).
[3] Artikel 2.7.1.0.3 Vlaamse Codex fiscaliteit
30/03/2021

Tijdelijke uitbreiding verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw

In 32 Belgische steden geldt er een verlaagd btw-tarief van 6% voor de afbraak en de daarop volgende heropbouw van een privéwoning. Sinds 1 januari 2021 is dit verlaagd btw-tarief uitgebreid tot het hele Belgische grondgebied. Het betreft een tijdelijke regeling die geldt tot en met 31 december 2022. Dit houdt in dat de btw opeisbaar moet geworden zijn (d.m.v. facturatie of betaling) tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022, en uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming. Dit vernieuwde en tijdelijke btw-regime is evenwel aan bijkomende voorwaarden onderworpen.
19/03/2021

Kaasroute onder vuur

Er is een wetsvoorstel ingediend om onbelaste roerende schenkingen via een Nederlandse notaris onmogelijk te maken.
16/02/2021

Belastingheffing op uw tweede verblijf in het buitenland

Als fiscaal inwoner van België wordt u belast op uw wereldwijde inkomsten, inclusief inkomsten uit onroerende goederen uit het buitenland. Wanneer er echter een dubbelbelastingverdrag bestaat tussen België en het land waar het onroerend goed is gelegen, zijn deze buitenlandse inkomsten vrijgesteld in België. Deze worden wel in rekening genomen om de tarieven te bepalen die van toepassing zijn op uw andere belastbare inkomsten. Dit is het zogenaamde "progressiviteitsreserve"-mechanisme.