Wijziging op komst in de relaties tussen vruchtgebruikers en naakte eigenaars

Op het moment van overlijden van de partner, verkrijgt de overlevende echtgenoot het vruchtgebruik van de nalatenschap van de overledene. De kinderen verkrijgen op hun beurt de naakte eigendom van de goederen. De nalatenschap bevat dan vaak onroerende goederen, met name de gezinswoning.

Huidige situatie

Wanneer er herstellingen vereist zijn aan een onroerend goed, stelt zich vaak de vraag of de naakte eigenaar dan wel de vruchtgebruiker deze kosten moet dragen. Momenteel voorziet het Burgerlijk wetboek (artikel 605 BW) dat de naakte eigenaar de kosten voor grove herstellingen dient te dragen (bijvoorbeeld vervanging van een dak of een centraleverwarmingsketel) terwijl de vruchtgebruiker slechts de kosten voor onderhoudsherstellingen dient te dragen (bijvoorbeeld verfwerken of vervanging van een lamp).

De naakte eigenaar kan, wanneer hij geconfronteerd wordt met de verplichting om de kosten van grove herstellingen te dragen, terechtkomen in een vrij vervelende financiële situatie. In feite heeft hij de verplichting tegenover de vruchtgebruiker om de grote geldsommen te betalen die nodig zijn voor de grove herstellingen, terwijl hij helemaal geen huur ontvangt en het onroerend goed niet mag bewonen. Hij zal pas kunnen genieten van dit goed op het moment van overlijden van de vruchtgebruiker.

De hervorming

De hervorming van het goederenrecht past het principe aan dat de grove herstellingen volledig ten laste van de naakte eigenaar zijn. De nieuwe regel zal zijn dat een deel van de grove herstellingen gefinancierd zal moeten worden door de vruchtgebruiker. De vruchtgebruiker, in casu de overlevende echtgenoot, zal nu dus even goed verantwoordelijk zijn voor de grove herstellingskosten, rekening houdend met diens leeftijd (om de waarde van het vruchtgebruik te betalen).

De verdelingscriteria
 
Het deel van de kosten dat de vruchtgebruiker dient te dragen, zal bepaald worden in functie van de waarde van het recht van vruchtgebruik ten opzichte van de waarde van de naakte eigendom. De waarde van het vruchtgebruik wordt berekend op basis van de mortaliteitstabellen zoals vastgelegd in artikel 745sexies van het Burgerlijk Wetboek.
 
Zo zal bijvoorbeeld, wanneer een echtgenote van 68 jaar het vruchtgebruik van een onroerend goed erft, dit geraamd worden op 18,11% van de waarde in volle eigendom van dat onroerend goed. Zij zal dus als vruchtgebruikster 18,11% van de grove herstellingskosten moeten dragen terwijl de naakte eigenaar(s) de overige 81,89% moeten financieren.
 
We merken dus op dat hoe jonger de vruchtgebruiker, hoe hoger de waarde van diens vruchtgebruik maar dus ook hoe groter diens aandeel in de herstellingkosten zal zijn. Het geslacht van de vruchtgebruiker heeft ook een impact, aangezien vrouwen een hogere levensverwachting hebben dan mannen. Indien we in de voorbeeldsituatie een man zouden nemen van 68 jaar, zou de waarde van diens vruchtgebruik 15,89 % bedragen.
 
Het is weliswaar nog even geduld uitoefenen alvorens deze nieuwe regels van kracht worden. De wet van 4 februari 2020 die deze hervorming zal implementeren, zal pas in werking treden op 1 september 2021.
 
Thomas Roelands – Juriste en fiscalist bij Pareto N.V
30/03/2021

Tijdelijke uitbreiding verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw

In 32 Belgische steden geldt er een verlaagd btw-tarief van 6% voor de afbraak en de daarop volgende heropbouw van een privéwoning. Sinds 1 januari 2021 is dit verlaagd btw-tarief uitgebreid tot het hele Belgische grondgebied. Het betreft een tijdelijke regeling die geldt tot en met 31 december 2022. Dit houdt in dat de btw opeisbaar moet geworden zijn (d.m.v. facturatie of betaling) tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022, en uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming. Dit vernieuwde en tijdelijke btw-regime is evenwel aan bijkomende voorwaarden onderworpen.
19/03/2021

Kaasroute onder vuur

Er is een wetsvoorstel ingediend om onbelaste roerende schenkingen via een Nederlandse notaris onmogelijk te maken.
16/02/2021

Belastingheffing op uw tweede verblijf in het buitenland

Als fiscaal inwoner van België wordt u belast op uw wereldwijde inkomsten, inclusief inkomsten uit onroerende goederen uit het buitenland. Wanneer er echter een dubbelbelastingverdrag bestaat tussen België en het land waar het onroerend goed is gelegen, zijn deze buitenlandse inkomsten vrijgesteld in België. Deze worden wel in rekening genomen om de tarieven te bepalen die van toepassing zijn op uw andere belastbare inkomsten. Dit is het zogenaamde "progressiviteitsreserve"-mechanisme.